Ouderdom aarde Kosmoloog / Eelco 21-11-2009 Belangrijkste basisargumenten voor het veststellen v/d ouderdom van onze aarde - De dateringsmethoden zijn standaard natuurkunde (kernfysica), en daar valt weinig aan te rommelen Sterker nog, je kunt halfwaardetijden van isotopen gewoon in een lab meten. Keer op keer. En nog een keer. De foutenmarge is bijzonder klein -De leeftijd van het zonnestelsel wordt geschat m.b.v. meteorieten, en dan kom je toch echt op >4.5 miljard jaar uit. -en het heelal een keer of wat ouder (voor een hele grove schatting, keer de Hubble parameter maar om, dwz. 1/H0 )
Waarom zou de aarde dan wel jong zijn ? Zie hier over de leeftijd van de aarde: Creato "(Maar het zijn schattingen en ...) Met schattingen kun je het nooit zeker weten " PM/ "....(Er is inderdaad bij een "wetenschappelijke schatting " een foutenmarge aanwezig ) Dergelijke schattingen zijn nauwkeurig genoeg.. Ik schat dat jij ergens tussen de 1 meter 40 en 2 meter 20 hoog bent.. Dat is maar een schatting, er is een foutenmarge... Maar om nu aan te nemen dat het maar een schatting is en te stellen dat 4 millimeter dus ook een (valabele /alternatieve )optie kan zijn....? Tomasso : zie ook : Hoe bepaalt men de ouderdom van de Aarde? Bij veel ouderdomsbepalingen wordt gekeken naar radio-actieve isotopen. http://nl.wikipedia.org/wiki/Radioisotoop Dit zijn stoffen die uit zichzelf veranderen in andere stoffen. We noemen dat radio-activiteit. Zo verandert de stof uranium langzaam aan, en via een groot aantal tussen stappen,( onder meer thorium)in uiteindelijk isotopen van lood. SECTION 1. Poster One. URANIUM SERIES DECAY SCHEME What is disequilibrium? How does it come about? 238U and 235U decay schemes. There are three long-lived (>103 years) alphagenic daughters of 238U and one of 235U. The 232Th decay chain has none. At equilibrium every daughter is emitting alpha particles at the same rate as its parent, and the activity ratio (AR) of any daughter-parent pair, or daughter-grandparent pair, equals 1. However, only the parent U has appreciable mass; for example, the atomic ratio of 226Ra to 238U at equilibrium is roughly 1 to 3 million. Chemical or physical removal of a daughter nuclide, e.g., 230Th, from the phase location of the parent 238U disrupts the equilibrium relationship twice: 230Th/238U < 1.0 in the donor phase, and 230Th/238U > 1.0 in the receptor phase. (The relative disequilibrium values of 231Pa/235U can be compared directly with those of the 238U-series daughters because the activity ratio, as well as the atomic ratio, of 238U relative to 235U is everywhere constant.) zie over U235 http://www.wetenschapsforum.nl/index.php?showtopic=110160 Lood blijft altijd lood.
Hoe snel die radio-actieve stoffen veranderen is heel precies bekend. Ook is die snelheid altijd hetzelfde. Niets heeft invloed op die snelheid.
Die veranderingssnelheid wordt altijd omschreven als 'de halfwaardetijd'. De halfwaardetijd van uranium is ontzettend lang: 4,5 miljard jaar (dat is dus 4.500.000.000 jaar). Stel je hebt nu 1 kilo pure uranium. Wacht je 4.5 miljard jaar dan heb je nog maar 0.5 kilo uranium. Wacht je weer 4.5 miljard jaar dan heb je nog maar 0.25 kilo uranium, enzovoorts. Elke 4.5 miljard jaar halveert je hoeveelheid uranium en krijg je daar lood voor in de plaats. Hoe kun je dit nu gebruiken voor de ouderdomsbepaling van voorwerpen?
Stel, je hebt een steen met daarin 0.5 gram uranium en bij dat uranium zit ook 0.5 gram lood. Aan de manier waarop dat lood bij dat uranium zit kun je zien dat het lood afkomstig moet zijn van het uranium. Hoe oud is nu die steen? Precies! 4.5 miljard jaar! Aan de verhouding uranium:lood kun je dus zien hoe lang geleden een steen gestold is. Hoe oud is de Aarde. ? De methode waarbij de ouderdom van de aarde en de maan zijn gemeten is gebaseerd op het radioactief verval van Kalium naar Argon en Uranium naar lood. Na 1 halveringstijd is de moederstof (Bijvoorbeeld Kalium) voor 50 % omgezet in Argon (dochterproduct).
Door de verhouding moeder/dochter te meten en aan te nemen dat bij het ontstaan van het gesteente er alleen moeder aanwezig was kan men een ouderdom voor het gesteente berekenen. De kalium-argon methode is een dateringsmethode op basis van radio-actief verval, die geschikt om de ouderdom van gesteenten te bepalen. Als gesteente smelt, verdampt alle daarin aanwezige edelgas Argon 40. Kalium, dat een zeer veel voorkomend element is, blijft in het gesteente achter. Een deel (ongeveer een tienduizendste hiervan bestaat uit het radioactieve isotoop Kalium-40, dat in de loop der tijd vervalt tot Argon 40. Dit edelgas kan echter niet ontsnappen omdat het in het gesteente zit opgesloten. Doordat men weet dat de halfwaardetijd van Kalium 40 1,25 miljoen jaar bedraagt, kan men aan de verhouding Kalium 40/Argon 40 de ouderdom van het gesteente bepalen. De kalium-argon methode is geschikt om de ouderdom van (stollings)gesteenten tussen 100.000 jaar en 4,3 miljard jaar te bepalen De oudste stenen op Aarde zijn 3,8 miljard jaar oud. Toch is de Aarde zelf waarschijnlijk ouder.
Die stenen zijn dus na het ontstaan van de Aarde nog een keer gesmolten geweest (hetgeen natuurlijk niet onwaarschijnlijk is, want de Aarde is een hele actieve vulkanische planeet). Waarom denken we dat?
--->Ten eerste omdat veel meteorieten (stenen uit de ruimte) die we vinden een oudere leeftijd hebben, namelijk 4,6 miljard jaar. ---->Ook de Zon is 4.6 miljard jaar oud (de leeftijd van de Zon is te berekenen aan de hand z'n samenstelling). ---->Men neemt tegenwoordig aan dat het hele zonnestelsel ongeveer gelijktijdig is ontstaan; 4,6 miljard jaar geleden dus. ---->Het heelal is overigens ongeveer drie keer zo oud.
Een tweede reden dat we aannemen dat de Aarde ouder moet zijn dan de oudste stenen, is dat in die oudste stenen al sporen van levensvormen te zien zijn.
Kortom, 3,8 miljard jaar geleden was er al, heel primitief, leven op Aarde . Het zou een beetje gek zijn als het leven er eerder was dan de Aarde zelf. CHARLES LYELL In 1830 kwam een goed onderbouwde theorie over de ouderdom van de aarde van Charles Lyell. Bij Lyell is het actualisme heel belangrijk. Dat gaat ervan uit dat de structuur van de verschillende gesteentes is ontstaan door dezelfde krachten die ook nu nog werken: je kunt iets over het verleden te weten komen door te kijken naar het heden. Door de snelheid te bepalen waarmee deeltjes bezinken, kun je vaststellen hoeveel tijd er nodig is geweest voor een bepaald in het verleden gevormd bezinksel (sediment). Met het actualisme als leidraad kwam Lyell tot een ouderdom van de aarde van ( minstens ) honderden miljoenen jaren! De beweringen van Lyell waren heel belangrijk als opstap naar de evolutietheorie van Darwin. In Darwins tijd waren er veel geleerden die dachten aan evolutie. Zowel de ouderdom van de aardlagen als de vondsten van allerlei fossielen speelden daarbij een doorslaggevende rol .... Tot de meest fascinerende ontwikkelingen binnen de geologie behoren die waarmee het mogelijk werd om gebeurtenissen te dateren. Het is immers vrijwel onmogelijk om een goed beeld te krijgen van de aardgeschiedenis als geheel als je niet weet of bijv. de opheffing van de Ardennen plaatsvond voor of na de ijstijd waarin een deel van Nederland met een dikke ijskap werd bedekt. De mogelijkheden om te dateren waren aanvankelijk alleen relatief: je kon vaststellen of een bepaald gesteente op een bepaalde plaats jonger of ouder was dan een nabij gesteente. En toen eenmaal was vastgesteld dat bepaalde fossielen steeds in dezelfde volgorde in boven elkaar liggende pakketten voorkomen, kon je soms zelfs de relatieve ouderdom van gesteenten in verschillende gebieden vaststellen. Maar dat bleef behelpen. Een grote doorbraak vond plaats toen de methode van radiometrische ouderdomsbepalingen werd ontwikkeld. Die is gebaseerd op het feit dat radioactieve elementen van aard kunnen veranderen, en dat ze dat doen volgens een vast schema. Met die kennis werd het mogelijk om voor veel gesteentepakketten, ook al dankzij een steeds verder gaande ontwikkeling van de dateringsmethoden, de absolute ouderdom vast te stellen. Door die gegevens dan weer te koppelen aan het voorkomen van fossielen, is het nu mogelijk om voor het merendeel van de gesteentepakketten de ouderdom vast te stellen. Zo weten we nu dat de aarde zo’n 4,7 miljard geleden is ontstaan, dat de vaste aardkorst zo’n 4,3 miljard jaar oud is, dat het eerste leven waarschijnlijk zo’n 4 miljard jaar oud is, dat het leven van dieren met een schaal of skelet zich ongeveer 600 miljoen jaar geleden explosief ontwikkelde, dat er 65 miljoen een massaal uitsterven plaatsvond door de inslag van een enorme meteoriet, dat zo’n 2 miljoen jaar geleden een periode begon met een afwisseling van ijstijden en interglacialen, en dat de (voorlopig?) laatste ijstijd zo’n 10.000 jaar geleden eindigde. En dat is uiteraard maar een minieme fractie van de kennis die we inmiddels over de ontwikkelingsgeschiedenis van de aarde hebben opgedaan. Net als bij veel andere wetenschappen neemt de snelheid waarmee onze kennis vermeerdert bovendien steeds sneller toe, en komen we steeds meer details aan de weet die tegelijk bewijzen dat ons aanvankelijk vrij simpele beeld van de ontwikkelingsgeschiedenis onjuist is: talrijke processen speelden voortdurend gelijktijdig en beïnvloedden elkaar, zoals dat ook in de menselijke maatschappij het geval is. Tegenwoordige basis van geologische ouderdomsbepalingen ; Relatieve ouderdom Berust op 2 principes: - principe superpositie - principe ontwikkeling levende organismen(gidsfossielen) Absolute ouderdom Meting natuurlijke radio-actieve desintegratie Geschikte elementen absolute datering Lange halveringstijden 238U & 235U in uraniniet - UO2 232Th in zirkoon 40K in glauconiet 87Rb in glimmers Geschikte elementen absolute datering Korte halveringstijd 14C in O.M. in CaCO3 (schelpen) Metingen: moeilijk, duur, fouten (vb.: ontsnappen argon) zie verder dokument ----> RELATIEVE EN ABSOLUTE DATERINGEN Referentie( Van het vroegere RC forum / bestaat niet meer ) Thomas ) Er zijn relatieve dateringen, die enkel zeggen dit is ouder dan dit, da's met die aardlagen, Maar er zijn er ook absolute: De meeste werken met radioactief verval en vaak kunnen we op meerdere radioactieve vervallen te gelijk testen zodat we eigenlijk wel vrij zeker kunnen zijn van de bekomen data De meest gebruikte radiometrische methodes zijn 238Uranium-206Lood Halfwaardetijd: 4,5Ga Bereik:10Ma-4,6Ga 235U-207Pb halveringstijd: 0,71Ga Bereik: 10Ma-4,6Ga 232Thorium - 208Pb halveringstijd: 14,1Ga Bereik: 10Ma-4,6Ga 40 Kalium - 40Argon Halv.:1,3Ga Bereik:1Ma-4,6Ga 87Rubidium-87Strontium Halv.:47Ga Bereik: 20Ma-4,6Ga 14C - 14N halv: 5730 Bereik: 100 - 50000 de eerste drie komen vaak samen voor, dat geeft dus al twee controlemiddelen. Ik zou graag eens willen weten onder welke omstandigheden radioactief verval zoveel sneller gaat, dat bv een halveringstijd van 4,5Ga 6000jaar wordt en dat de controles ook danig versnellen dat ze toch ongeveer dezelfde datum geven? da's extreem en absoluut onmogelijk dunkt mij. Nu zijn er ook nog andere absolute dateringsmethoden. ---> De fissiesporenmethode: als in een mineraal 238U splijt dan laat het een spoor achter, hoe meer van die sporen, hoe ouder, deze sporen verdwenen wel bij verwarming van het mineraal, Bereik 50000 - enkele Ga, dit geeft trouwens ook controle op de U/Th-Pb methodes. ---> Dendrochronologie, jaarringen zijn niet altijd evendik, maar minder dik in magere jaren, in de zelfde streek (en dus ook omstandigheden) kunnen we zo door overlappingen toch nog tot 9000 jaar terug gaan ik heb bij absolute dateringen de varvenmethode (glaciale afzetting) en de lichenometrie (op basis van korstmossen) omdat die nogal moeilijk uit te leggen zijn vooral die laatste. OVER VARVEN Het dateren van gesteenten en organische restanten bestaan uit een enorm complex systeem van tellingen (boomringen, ijsringen, varves) radiometrische dateringen (tientallen methodes wo. C14), oude kronieken, de volgorde van de geologische kolom (oude sedimenten onderop), fossiele sortering en spreiding, kosmologische berekingen (elementen verhoudingen e.d.), waarnemingen aan natuurlijke nucleaire reactoren ( http://en.wikipedia.org/wiki/Natural_nuclear_fi... ), evolutionaire processen, geologische berekeningen aangaande sedimentering en verwering etc.. etc.. etc.. Je kan dat niet allemaal wegwuiven omdat je het niet begrijpt of geen zin hebt om het te bestuderen. Niemand zegt dat het bewijs simpel is maar het is er voor iedereen die het wil zien. Varves zijn ringen in de grond van de bodem van een meer. Ieder moment van het jaar regent er spul naar beneden op de bodem. (Stof, zand, dode algen). Uiteraard hangt dit af van seizoenen. In de lente voeren de voedende beekjes meer sediment aan en vroeg in de winter sterven de algen massaal af. Als er weining verstoring optreedt krijg je dus laagjes die je kan tellen. Als je een boring doet van de meerbodem krijg je dus die laagjes maar daar tussen vind je uiteraard ook ander spul waaronder takken en boomstammen. Ook vind je hier en daar opeens verstoring van de laagjes door aardbevingen en de geschiedschrijving gaat in Japan heel ver terug. Je hebt dus de volgende methodes om te dateren: 1. Je telt de laagjes 2. Je dateert het hout met C14 (donkere anaerobe koude omgeving!) 3. Je dateert het hout dendrochronologisch (ringen vergelijken) 4. Je dateert verstoringen aan de hand van de vermelding van aarbevingen in lokale kronieken) Vier totaal onafhankelijke methodes, dubbelblind uitgevoerd. En alle vier methodes komen (binnen redelijke foutenmarges) overeen. Dit onderzoek ging tot 40000 jaar terug . Dat is dik 6 keer zo lang als de YEC- christenen denken dat het hele universum oud is! Overigens nog een erg goed artikel van THOMAS over dateringen ---> (Lars B ) Dateermethodes en geologie gaan nauw samen ( als dat waar is , is het ) " De doodsteek voor het Yec -creationisme " (jurre ) Hoewel de kritiek van creationisten op dateermethoden die gebruik maken van radioactief verval volstrekt onterecht is, kan je ook zonder deze methoden niet anders dan concluderen dat de aarde ouder is dan 6000-10000 jaar. De aarde is minimaal:10.000 jaar: tellen van jaarringen bij oeroude bomen. 45.000 jaar: tellen van jaarlijkse sedimentlagen bij het Suigetsu meer in Japan. 110.000 jaar: tellen van jaarlijks afgezette ijslagen op Groenland 422.776 jaar: tellen van jaarlijkse ijsafzettingen op Antartica ( Thomas ) " wie was er eigenlijk-feitelijk zo zot om die 422776 ijsafzettingen te tellen ?" Naar ik meen is het een gezamelijke onderneming geweest van de USA, Rusland, Frankrijk en nog een aantal andere landen. Ze hebben verschillende diepten genomen en daar telkens het aantal lagen gemeten. 6 metingen op 1934 m 136,758 jaar (Sowers) 141,804 jaar (Lorius) 137,725 jaar (Jouzel-1) 135,018 jaar (Jouzel-2) 140,243 jaar (Waelbroeck) 135,507 jaar (Petit) 5 metingen op 2082 m 164,433 jaar (Lorius) 155,785 jaar (Jouzel-1) 150,957 jaar (Jouzel-2) 152,239 jaar (Waelbroeck) 151,721 jaar (Petit) 4 metingen op 2757 m 261,787 jaar (Jouzel-1) 242,235 jaar (Jouzel-2) 243,004 jaar (Waelbroeck) 237,975 jaar (Petit) 1 meting op 3310 m 422,766 jaar (Petit) Verschillende onderzoekers zijn dus "zo zot" geweest de ijslagen te tellen En zoals je ziet corresponderen de verschillende tellingen heel aardig met elkaar. ( Thomas ) da's wat je mag verwachten, maar voor extrapolatie zijn de getallen te precies, manueel tellen dan maar, al zal dit digitaal ook wel kunnen, met een lichtsensor de afwisseling in donkere en lichte laagjes scannen, elk jaar komen er een donker en een licht laagje bij normaal gezien 567.700 jaar: tellen van jaarlijkse afzettingen van calciet bij Devil's Hole. We zitten dus sowieso op een aarde van minimaal een half miljoen jaar oud. (Hieronder zijn de isotopen gegeven van elementen die op natuurlijke wijze ontstaan, en niet worden hernieuwd. Daarachter staat de halfwaarde tijd (de tijd die nodig is zodat nog maar de helft van de oorspronkelijke hoeveelheid over is) en of deze stof op aarde gevonden wordt. ) Vanadium 50: 6,000,000,000,000,000 jaar. Ja. Neodymium 144: 2,400,000,000,000,000 jaar. Ja. Hafnium 174: 2,000,000,000,000,000 Jaar. Ja. Platinum 192: 1,000,000,000,000,000 Jaar. Ja. Indium 115: 600,000,000,000,000 Jaar. Ja. Gadolinium 152: 110,000,000,000,000 Jaar. Ja. Tellurium 123: 12,000,000,000,000 Jaar. Ja. Platinum 190: 690,000,000,000 Jaar. Ja. Lanthanum 138: 112,000,000,000 Jaar. Ja. Samarium 147: 106,000,000,000 Jaar. Ja. Rubidium 87: 48,800,000,000 Jaar. Ja.. Rhenium 187: 43,000,000,000 Jaar. Ja.. Lutetium 176: 35,000,000,000 Jaar. Ja.. Thorium 232: 14,000,000,000 Jaar. Ja.. Uranium 238: 4,470,000,000 Jaar. Ja.. Potassium 40: 1,250,000,000 Jaar. Ja.. Uranium 235: 704,000,000 Jaar. Ja.. Samarium 146: 103,000,000 Jaar. Ja.. Curium 247: 16,000,000 Jaar. Nee. Lead 205: 15,000,000 Jaar. Nee. Hafnium 182: 9,000,000 Jaar. Nee. Palladium 107: 7,000,000 Jaar. Nee. Cesium 135: 3,000,000 Jaar. Nee. Technetium 97: 3,000,000 Jaar. Nee. Gadolinium 150: 2,000,000 Jaar. Nee. Zirconium 93: 2,000,000 Jaar. Nee. Technetium 98: 2,000,000 Jaar. Nee. Dysprosium 154: 1,000,000 Jaar. Nee. Als de aarde werkelijk 4.56 miljard jaar oud is dan verwachten we dat een aantal isotopen met relatief lage halfwaarde tijden niet meer op aarde zullen voorkomen. Immers, een stof met een halfwaarde tijd van een paar miljoen jaar zal na een paar miljard jaar volledig verdwenen zijn. En wat blijkt, alle isotopen met een halfwaarde tijd van onder de 16 miljoen jaar zien we nergens op aarde meer. De aarde moet dus ook volgens deze data miljarden jaren oud zijn. Ik ben erg benieuwd hoe de creationist dit "interpreteert." P.S. ( tsjok ) ---> "doodsbedreigingen "komen er ook al een tijdje aan uit de archeologie ... Deze wetenschap heeft zich verder uitgebreid dan alleen maar te blijven ter plaatse trappelen in het heilig land , mesopotamie en het midellandsche zee gebied ....of het in beate bewondering zwijmelen over de "gevonden" schatten en kunstvoorwerpen....Om met penseeltje en tandenborstels een "vak" in een vindplaats gedurende dagen af te borstelen , is waarschijnlijk wel wat meer nodig dan"schatzoekerij " als enige motivatie... Een voorbeeldje maar ; De oudste prehistorische schilderingen ter wereld ( rotstekeningen komen overal voor zoals men al lang heeft ontdekt ) dateerd men tegenwoordig tussen de 40 en 60.000 jaar oud .... Dat" absoluut " archeologisch dateren van vondsten gebeurt hoofdzakelijk met verschillende C-14 dateringtechnologieen ( naast veel andere ) die in de loop der afgelopen 50 jaar grotendeels zijn ontwikkeld en vooral ontdaan( in de praktijk ) van hun "kinderziekten " .... Hoever terug in de tijd deze methodes bruikbaar zijn is op zichzelf een discipline van onderzoek (zeg maar : voor de archeologie een belangrijke hulpwetenschap ) Maar deze dateringen zijn alleszins veel verder verwijderd in de tijd dan wat de literalisten vanuit de bijbelse chronology menen te kunnen afleiden .... - -->Er zijn veel skeletten van plaatselijke australische homo sap vertegenwoordigers door de C.14 methodes gedateerd ... ---> Idem dito de Franse Cro-magnon vondsten ---->Zelfs schedels in het "heilige land "zelf ---->Ze blijken allen op grond van de C14 methodes ouder dan de op de bijbel gebaseerde " berekeningen" van de ouderdom van de aarde .... ----> De duizenden resultaten daarvan verwerpen allen het idee dat de wereld niet ouder zou zijn dan 10.000 jaar ( en er uiteraard geen oudere mensenresten kunnen aanwezig zijn) Dergelijke uitkomsten zijn bekomen dmv van grondig uitgeteste en geperfektioneerde daterings-technieken zoals ze op het HUIDIGE ogenblik door specialisten ter zake worden toegepast ---> beschrijving en opsommingen daarvan kan worden ingekeken /bekeken in de antropologische , ethnografische en prehistorische verzamelingen in o.a. het "Musee de l'homme "in Parijs en ook in andere musea die het erfgoed bewaren --> meestal zelfs op eenvoudige ( vooraf schriftelijke )aanvraag om ter plaatse de bilbliotheek in te kijken ... Tenzij natuurlijk de Aboriginals gelijk hebben , dat de oudste ( en zelfs veel jongere gedateerde )rotsschilderingen in hun land en op heilige plaatsen ( o.m. Ayers rock )geschilderd zijn door hun eigenste goden " en er geen mensen aan te pas kwamen .. Ayers rock= cave paintings Ayers Rock ...
Vraagje ; Hoever in de tijd zijn " letterlijk interpreterende " bijbelgetrouwe creationisten bereid de tijdslimiet "van de schepping/aarde " op te schuiven naar het verleden toe ?
Oude aarde : samenvatting en links Ouderdom aarde = +/- 4.6mld jaar -->oudste continentale gesteente= 3.9mld jaar OLDEST ROCKS ON EARTH 
Ancient rocks are exposed in several locations in North America and Greenland. The oldest rocks thus far recovered are the Acasta Gneisses from near Great Slave Lake. These highly metamorphosed rocks are dated at 4,030 Ma. More critical to our Story of Life are the ancient supracrustal rocks of Isua and Akilia, West Greenland, dated between 3,800 and 3,700 Ma. The ‘supracrustal’ tag denotes that these metamorphosed rocks were originally deposited as sediments or volcanic flows in shallow water. Similar ancient gneisses are known from upriver in the Minnesota River Valley, near the towns of Morton and Montevideo. The Isua and Akilia rocks have become chapter one in the Story of Life. Some researchers have claimed that the ratio of two isotopes of carbon—the common form with six neutrons and a less common form with seven neutrons—demonstrate that life processes were occurring in the ocean at the time the original rock was deposited. These claims have been disputed by others who claim that the carbon isotope ratio is better explained by deep Earth processes during the pressure cooking of the rocks. The samples in this display contain grey globules of metamorphosed carbon (graphite), the same material in pencil lead. These seams that may or may not hold the clues for the earliest life recorded on planet Earth. ---De eerste helft van haar geologisch bestaan kende de aarde geen levende organismen omdat ze simpelweg te heet was. ---Pas toen ze condenseerde en oceanen vormden(die nog niet eens half zo zout waren als nu) kregen allerlei soorten eiwitten de kans zich te binden en uiteindelijk de RNA-wereld en later dna vormden . ---Dit proces kan wel wel miljoenen jaren geduurd hebben waarbij even zoveel verschillende soorten proto-dna strengen het niet overleefd hebben.... ---De eerste organismen leefden op zeebodems, onder honderden meter beschermend water. ---Het onstaan van compleet nieuw leven uit een oersoep met eiwitten is NU zo goed als onmogelijk : omdat huidig dna(lees: leven) in no-time de (hoogstwaarschijnlijk) voedzame voedingsbron zou hebben opgesoupeerd . Introductie tot het fossielenbestand --> eerste leven=3.8 mld jaar geleden (cyanobacterien,soort blauwwieren) http://www.ucmp.berkeley.edu/bacteria/cyanofr.html--> 3,5 mld jaar geleden de eerste stromatolieten (kalkvormende algen) --> een paar miljard jaar lang leefden er alleen maar bacteriën en andere ééncelligen. Daarna verschenen er meercellige dieren zoals wormen en kwallen.( voor de zogenaamde " cambrische revolutie " ) Vroeg leven >In het zuidwesten van Groenland ligt Nuuk. Het gebied daarom heen is heel bijzonder. Hier liggen de oudste gesteenten van de aarde aan het oppervlak (3.85 miljard jaar oud). In die gesteenten liggen koolstofresten die een relatief hoge C12/C13 waarde hebben: Mogelijk vroeg leven. Slechts chemie, geen fossielen. De afgelopen tien jaar wordt er geruzied of dat quotient en die koolstof wel kloppen ( blognotes #6). In het Pilbara-gebied van West Australi챘 bij Marble Bar zijn in 1993 aanwijzingen gevonden dat 3.5 miljard jaar geleden blauwwieren gefossiliseerd zijn.. De beelden van de fossielen zijn niet overtuigend, maar lijken eerder op kristalstructuren, die men ook in de marsmeteoriet ALH 84001 is tegengekomen. Ook hierover is onder de experts geen overeenstemming. In Canada zijn in 1965 aan de noordkust van “Lake Superior” bij Schreiber Beach in de “gunflint iron formation” resten gevonden van blauwwieren, die 1.9 miljard oud zijn. Zij hebben mooie namen: Gunflintia grandis en Gunflintia minuta. Over deze vondst is geen discussie. De fossielen lijken op hedendaage blauwwieren (bluegreen algae). Phasecontrast en olieimmersie op hele dunne gesteenteplakjes-zie boven- (zo’n bolletje heeft een middellijn van 10 micrometer). Men neemt aan dat v처처r 3.9 miljard jaar geleden geen leven op aarde mogelijk was. 3.9-1.9= 2.0 miljard jaar, een mooi rond getal. Toch nog weer redelijk wat tijd om prokaryotisch(bacteri챘el) leven te ontwikkelen. blognote #6. Een mooi kritisch recent artikel verscheen van Moorbath (Dating earliest life: Nature 434, 155, 2005). Hij vindt, dat er teveel met onbetrouwbare chemische argumenten wordt gefilosofeerd over de begintijd van leven. Ook in onze nederlandse kranten is het bijna elke dag raak met die chemische “fiction” (zie b.v. NRC 27 augustus 2006 pag. 43).
Prachtige microscopische beelden uit de “gunflint formation” kunt U vinden bij Licari & Cloud (PNAS. 59, 1053, 1968). In mijn idee doen zij ook goede prokaryoten systematiek. Ik ben nog op zoek naar E.M.. | Sporen van oudste leven zijn niet terug te vinden | | Op het eiland Akilia bij Groenland komen gesteenten voor van 3,85 miljard jaar oud, die sporen van leven zouden bevatten. Dat 'oudste' leven zou dan vele miljoenen jaren ouder zijn dan andere, soortgelijke sporen van leven op Groenland, en zelfs honderden miljoenen jaren ouder dan enig ander spoor van leven buiten Groenland. De sporen bestaan in feite uit insluitsels van koolstof in apatietkristallen, en hun organische oorsprong is door onderzoekers destijds geclaimd op basis van de daarvoor karakteristieke verhouding tussen de diverse koolstofisotopen.
 De 3,85 miljard jaar oude rotsen op Akilia
Vanaf de eerste publicatie (1996) is dit 'oudste leven' met scepsis bezien. Zo werd in 1999 de juistheid van de datering in twijfel getrokken, en weer enkele jaren later (2002) werd de interpretatie van de koolstof als van organische oorsprong bestreden. Aan de oorspronkelijke gegevens werd echter niet getornd. Tot nu, want op een geochemische conferentie die in juni in Kopenhagen werd gehouden, werd een presentatie gegeven door Aivo Lepland, een geoloog van de Geologische Dienst van Noorwegen. De mededeling van Lepland kwam als een schok: zij konden na vijf jaar pogen geen organische koolstof vinden in apatietkristallen die ze uit 15 monsters van dezelfde ontsluiting op Akilia hadden ge챦soleerd. De 'aanval' op het oorspronkelijke werk komt niet van een buitenstaander alleen, want in het team van Lepland zat ook Gustaf Arrhenius, een geochemicus van het Scripps Instituut voor Oceanografie in La Jolla, die zowel van het oorspronkelijke artikel als van de nieuwe presentatie auteur is. Arrhenius verklaarde dat hij niet uitgesloten acht dat er in het geval van het oorspronkelijke onderzoek een verwisseling van monsters heeft plaatsgevonden; in jongere gesteenten van een nabije locatie komen namelijk wel organische koolstofinsluitsels in apatiet voor. Als mogelijke andere verklaring gaf hij dat het oorspronkelijke onderzoek een toevalstreffer is: er zou dan heel weinig apatiet met koolstof op de oorspronkelijk onderzochte locatie voorkomen, en de toen genomen monsters zouden juist zo’n uitzonderlijk voorkomen hebben bevat. De oorspronkelijke analyse was uitgevoerd toen door een toenmalig assistent van Arrhenius, Steven Mojzsis, die ook op de conferentie in Kopenhagen aanwezig was. Hij zegt een mogelijke verwisseling van monsters sterk te betwijfelen. Lepland en Mojzsis zijn nu overeengekomen om de oorspronkelijke monsters voor verder onderzoek nader te verdelen, en om de oorspronkelijke locatie (en andere) samen te gaan bezoeken. Referenties: - Dalton, R., 2004. Fresh study questions oldest traces of life in Akilia rock. Nature 429, p. 688.
http://www.geo.uu.nl/ngv/geonieuws/geonieuwsnr.php?nummer=78 | Weer nieuwe aanwijzingen voor zeer vroeg (3,8 miljard jaar) leven | | Alweer tien jaar geleden werden voor het eerst aanwijzingen naar voren gebracht dat er al 3,8 miljard jaar geleden leven op aarde voorkwam, zo'n 400 miljoen jaar eerder dan de tot dan toe oudste bekende organische materialen. Sindsdien is er een schier eindeloze stroom publicaties verschenen waarom het bij de meer dan 3 miljard jaar oude 'organische' restanten niet zou gaan om biogene overblijfselen; een vrijwel even grote stroom van publicaties meldde echter steeds nieuwe aanwijzingen voor zulk oud leven. Daartoe behoort onder meer een in juli gepubliceerd artikel dat opnieuw zeer sterke aanwijzingen bevat dat het tien jaar oude artikel juist is wat betreft het voorkomen van restanten van 3,8 miljard jaar oud leven, in gesteenten op het eiland Akilia, in het westen van Groenland.
 Het eiland Akilia
De nieuwe publicatie, waaraan ook twee van de auteurs van het tien jaar geleden verschenen artikel meewerkten, rekent af met alle tot nu toe geuite kritiek. Die betrof vrijwel alle aspecten van enig belang: de chemische verbindingen die zijn aangetroffen (die niet van biogene oorsprong zouden zijn), de mineralen waarop het voorkomen van leven werd gebaseerd, de ontstaanswijze van de gesteenten waarin de organische restanten werden aangetroffen, en de ouderdom van die gesteenten.  Intrusief gesteente (dyke) op Akilia
Veel van de discussie van de afgelopen tien jaar vloeide voort uit het feit dat er van de geologie van Akilia weinig bekend was. Daarom hebben de onderzoekers nu eerst een gedetailleerde geologische kaart gemaakt voor het gebied waar het om draait. Uit die kaart bleek dat de oude biogene producten alleen voorkwamen in twee lagen. De ouderdom daarvan kon worden bepaald door de relatie met dateerbare intrusies. Die vormen een complex patroon, waarbij tal van intrusies zelf ook weer door jongere intrusies worden doorsneden, maar de nauwkeurige kartering - de onderzoekers spreken zelf van een nauwkeurigheid zoals van archeologen - leverde duidelijke resultaten op. Daarbij kwam vast te staan dat de lagen met de als organisch aangeduide verbindingen (iets) ouder dan 3,8 miljard jaar moeten zijn.  Het zeer oude gesteente op Akilia
Wat betreft dat organische karakter: de gesteenten hebben in de loop van de tijd zoveel meegemaakt (plooiingen, intrusies, etc.) dat het oorspronkelijke karakter uiteraard verloren is gegaan. Zelfs als dat niet het geval zou zijn geweest, zou het echter zijn gegaan om uiterst primitieve, microscopisch kleine (of nog kleinere) organismen die waarschijnlijk niet of nauwelijks te herkennen zouden zijn geweest. De organische oorsprong van de koolstofverbindingen die de onderzoekers aanmerken als van biogene oorsprong, ligt dan ook in de verhouding tussen de isotopen van koolstof-12 en koolstof-13 (ongeveer 100:1). Volgens de onderzoekers is de hoeveelheid C-13 ongeveer 3% groter dan te verklaren is bij een niet-organische herkomst; daarentegen is die juist wel goed verklaarbaar als het gaat om organisch materiaal. Volgens sommige sceptici is een degelijke verhouding tussen koolstofisotopen ook zonder tussenkomst van levende organismen te verklaren, maar de hypotheses daaromtrent gaan uit van uiterst onwaarschijnlijke situaties. Bovendien zijn, ook in West-Groenland, recentelijk gelijke verhoudingen tussen koolstofisotopen aangetroffen in zeer oude apatietkristalllen (apatiet is een fosforhoudend mineraal dat onder meer voorkomt in botten en tanden), wat eveneens lijkt te wijzen op een organische oorsprong. Wordt ongetwijfeld vervolgd. Referenties: - Manning, C.E., Mojzsis, S.J. & Harrison, T.M., 2006. Geology, age and origin of supracrustal rocks at Akilia, West Greenland. American Journal of Science 306, p. 303-366.
Foto van de dyke welwillend ter beschikking gesteld door Stuart Wolpert, University of California, Los Angeles, CA (Verenigde Staten van Amerika); overige foto's: NASA. PILBARA STROMATOLIETEN 2006
Van de Stromatolieten uit de Pilbara-regio in West-Australië werd dertig jaar geleden al vermoed dat ze uit biologisch materiaal waren opgebouwd. Sindsdien vormden ze het voorwerp van een verwoede discussie tussen geologen. Om een einde te maken aan de debatten onderzochten wetenschappers een 10 kilometer lange kuststrook die goed bewaarde Stromatolieten bevat.
De geologen ontdekten in de genomen stalen formaties van zeer uiteenlopende vormen. Sommige leken op omgekeerde ijshoorntjes, andere op eierdozen. De complexiteit van de structuren duidt volgens de wetenschappers op een biologische oorsprong. Ze kan immers niet worden verklaard door chemische processen of sedimentatie.
Micro-organismen De meest plausibele verklaring voor de grillige structuren is de afzetting van micro-organismen onder verschillende omstandigheden. Er zijn ook vandaag organismen bekend die bij de afzetting gelijkaardige vormen aannemen . (< klik) Oudste rots / oudste fossielen --> Updates en controversen LEVEN OP AARDE IS 3,4 MILJARD JAREN OUD Het leven op onze planeet gaat onder de vorm van microben terug tot 3,4 miljard jaar geleden, of 16 miljoen jaar vroeger dan tot nu werd aangenomen. Onderzoek van het Zuid-Afrikaanse koraalrif Buck Reef Chert, dat 3,416 miljard jaar oud is, toonde dat aan. " de chert lagen bevinden zich op het huidige grensgebergte tussen swaziland en mozambique ( nabij de stad Barbertone )zijn meer dan 1000 voet dik en zijn de getuigen van een microbieel leven (" matten " van waarschijnlijk cyanobacterieen ) dat welig tierde , lang voor er enige hogere complexe planten en diersoorten ontwikkelden tijdens de Cambrische periode ( de zogenaamde cambrische revolutie van minstens 2,5 miljard jaar na het onstaan van deze microbiele matten )
South African geologist Nicolas Beukes
"Deze studie bevestigd dat er inderdaad al zeer vroeg leven aanwezig was op de aarde " Volgens de Stanford-onderzoekers Michael Tice en Donald Lowe moet hun vondst het debat afronden over het tijdstip waarop leven op onze planeet is ontstaan. Het is ook een mooie bevestiging van de theorie en vondsten van william Schopf die in l987 de pilbara vondsten in australie deed ... Deze zogenaamde " " vondsten "werden dikwijls als niet "echt" van organische oorsprong , bestempelt .... Beukes; . "Schopff suggereerde toen dat de gevonden micro-organismen de oorspronkelijke makers waren van de toen opgestarte atmosferische zuurstof-opbouw .... "
Maar de theorie werd ondergraven door Martin Brasier, die argumenteerde dat de fossielen niet echt waren , en van niet-biologische oorsprong ...de nieuwe vondsten duiden verder aan dat al zeer vroeg levende wezens afhankelijk waren van zonlicht " Deze organismen gebruikten de zon om aan hun energie te komen ... " Appendix = controversies/ DOCUMENTEN ( toevoeging bij vorig bericht ) volgende engelse abstracts ( uit het vakblad Nature ) zijn hier gecopieerd , omdat de oorspronkelijke stukken moeilijk te vinden zijn op het internet Nature 416, 76 - 81 (07 March 2002); doi:10.1038/416076a Questioning the evidence for Earth's oldest fossils MARTIN D. BRASIER*, OWEN R. GREEN*, ANDREW P. JEPHCOAT*, ANNETTE K. KLEPPE*, MARTIN J. VAN KRANENDONK†, JOHN F. LINDSAY‡, ANDREW STEELE§ & NATHALIE V. GRASSINEAU * Earth Sciences Department, University of Oxford, Parks Road, Oxford OX1 3PR, UK † Geological Survey of Western Australia, 100 Plain Street, East Perth, Western Australia, 6004, Australia ‡ Research School of Earth Sciences, Australian National University, Canberra ACT 0200, Australia 짠 School of Earth, Environmental and Physical Sciences, University of Portsmouth, Burnaby Road, Portsmouth PO1 3QL, UK Department of Geology, Royal Holloway University of London, Egham Hill, Surrey TW20 0EX, UK Correspondence and requests for materials should be addressed to M.D.B. (e-mail: martinb@earth.ox.ac.uk). Structures resembling remarkably preserved bacterial and cyanobacterial microfossils from 3,465-million-year-old Apex cherts of the Warrawoona Group in Western Australia currently provide the oldest morphological evidence for life on Earth and have been taken to support an early beginning for oxygen-producing photosynthesis. Eleven species of filamentous prokaryote, distinguished by shape and geometry, have been put forward as meeting the criteria required of authentic Archaean microfossils, and contrast with other microfossils dismissed as either unreliable or unreproducible. These structures are nearly a billion years older than putative cyanobacterial biomarkers, genomic arguments for cyanobacteria, an oxygenic atmosphere and any comparably diverse suite of microfossils. Here we report new research on the type and re-collected material, involving mapping, optical and electron microscopy, digital image analysis, micro-Raman spectroscopy and other geochemical techniques. We reinterpret the purported microfossil-like structure as secondary artefacts formed from amorphous graphite within multiple generations of metalliferous hydrothermal vein chert and volcanic glass. Although there is no support for primary biological morphology, a Fischer–Tropsch-type synthesis of carbon compounds and carbon isotopic fractionation is inferred for one of the oldest known hydrothermal systems on Earth. II Nature 30 september 2004 Little is known about conditions on the early Earth or about the metabolisms used by the earliest organisms. Recent re-interpretations of some of the Earth's oldest sediments have even cast doubt on the existence of life in the early Archaean, suggesting that hydrothermal processes were responsible for many early carbonaceous and cherty deposits. But now comes new evidence from sediments in the Buck Reef Chert, South Africa that there were microorganisms living as microbial mats in ocean sediments under shallow water 3,416 millionyears ago. Their restriction to shallow environments suggests that they were photosynthetic, growing only where light penetrated the water column. III Photosynthetic microbial mats in the 3,416-Myr-old ocean MICHAEL M. TICE AND DONALD R. LOWE Department of Geological and Environmental Sciences, Stanford University, Stanford, California 94305, USA Correspondence and requests for materials should be addressed to M.T. (mtice@pangea.stanford.edu). Recent re-evaluations of the geological record of the earliest life on Earth have led to the suggestion that some of the oldest putative microfossils and carbonaceous matter were formed through abiotic hydrothermal processes. Similarly, many early Archaean (more than 3,400-Myr-old) cherts have been reinterpreted as hydrothermal deposits rather than products of normal marine sedimentary processes. Here we present the results of a field, petrographic and geochemical study testing these hypotheses for the 3,416-Myr-old Buck Reef Chert, South Africa. From sedimentary structures and distributions of sand and mud, we infer that deposition occurred in normal open shallow to deep marine environments. The siderite enrichment that we observe in deep-water sediments is consistent with a stratified early ocean. We show that most carbonaceous matter was formed by photosynthetic mats within the euphotic zone and distributed as detrital matter by waves and currents to surrounding environments. We find no evidence that hydrothermal processes had any direct role in the deposition of either the carbonaceous matter or the enclosing sediments. Instead, we conclude that photosynthetic organisms had evolved and were living in a stratified ocean supersaturated in dissolved silica 3,416 Myr ago. Stromatolieten zijn de oudste fossielen op aarde. De oudste zijn 3,5 miljard jaar oud. Zij ontstonden doordat bacteriIën papierdunne kalklaagjes op de zeebodem vastplakten. De afgebeelde Australische stromatoliet, één van de oudste ter wereld, Als stromatoliet geïnterpreteerd gesteente uit het Archeïcum van Australië | Nieuwe aanwijzingen voor 3,2 miljard jaar oud leven Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon | | Vrijwel alle aanwijzingen dat er al 3 miljard jaar geleden (of eerder) leven op aarde voorkwam, berust op geochemische analyses en/of de verhouding tussen bepaalde isotopen. In slechts enkele gevallen zijn, bijv. in vuursteen, structuren aangetroffen met vormen en inwendige verschijnselen die een andere interpretatie dan als fossiele restanten zeer moeilijk maken. In vrijwel alle andere gevallen is echter de biologische oorsprong van de gevonden (zeer oude) levensvormen omstreden.
Uit de 3,2 miljard jaar oude Moodies Groep in Zuid-Afrika zijn nu echter heel andere aanwijzingen voor leven gevonden. Het gaat om sedimentaire structuren die door 'kolonies' van microorganismen (waarschijnlijk bacteriën) moeten zijn gemaakt. Het gaat om golvende structuren, krimpscheuren en opgerolde vormen zoals die tegenwoordig ontstaan waar micro-organismen (en/of algen) matten vormen in ondiep water. Op basis van sedimentaire overwegingen zijn de desbetreffende afzettingen uit de Moodies Groep geïnterpreteerd als wadafzettingen (het zijn de oudst bekende wadafzettingen die niet uit kalksteen bestaan, en de daarin nu waargenomen structuren vertegenwoordigen de eerste tekenen van leven in zandsteen ouder dan 3 miljard jaar), en juist in een dergelijk milieu, waar de matten soms droogvallen, kunnen de waargenomen structuren gemakkelijk ontstaan.  Interpretatie van het milieu waarin stromatolieten in het Vroeg-Archeïcum voorkwamen
Ook onder de microscoop vertonen de structuren van de 'bacteriematten' alle kenmerken die karakteristiek zijn voor de activiteit van microorganismen, en bovendien wijst ook de verhouding tussen de koolstofisotopen uit deze matten op een organische oorsprong. Uit vrijwel de hele latere aardgeschiedenis - inclusief de huidige tijd - zijn vergelijkbare structuren bekend uit ondiep-mariene afzettingen. Dat wijst erop dat dergelijke milieus al meer dan 3 miljard jaar - waarschijnlijk ononderbroken - dit soort microorganismen hebben gehuisvest.  Recente stromatolieten in Shark Bay (Australië)
De onderzoekers hebben aanwijzingen gevonden dat de voor de structuren verantwoordelijke organismen fotosynthese toepasten. Omdat er nauwelijks bekend is of er destijds al een atmosfeer met zuurstof was (waarschijnlijk niet), leverde de organismen mogelijk, in tegenstelling tot de huidige planten, bij de fotosynthese geen zuurstof aan de atmosfeer. Mocht dat echter wel het geval zijn geweest, dan zouden deze organismen mogelijk verantwoordelijk zijn voor een periode van honderden miljoenen jaren waarin al enig zuurstof werd geproduceerd, die dan overigens wel weer bijna net zo snel door andere organismen (of andere chemische processen) werd verbruikt. Referenties: - Noffke, N., Eriksson, K.A., Hazen, R.M. & Simpson, E.L., 2006. A new window into Early Archean life: microbial mats in Earth's oldest siliciclastic tidal deposits (3.2 Ga Moodies Group, South Africa). Geology 34, p. 253-256.
The fossil record of stromatolites is startling in its vastness. Spanning three and a half billion years and every conceivable environment, stromatolites are trace fossils that record the interaction of microscopic organisms and the environment. Bacterial mats, and later algae, formed a template for cementation or trapping of mud and sand. Microbes would re-colonize the hard sediment shell and form a new layer and the cycle would start anew. Repetition would ultimately be preserved in an onion skin-like arrangement of successive layers. Stromatolites achieved their greatest diversity of form during the Mesoproterozoic, about 1,000 Ma. They continued to dominate the fossil record until the late Neoproterozoic, when animals, perhaps grazers or substrate disturbers, began to proliferate. Sample from the Strelly Pool Chert ( below ) of the Warrawoona Group is one of the oldest stromatolites ever discovered. Glassy cherts from the same formation have yielded the oldest prokaryote fossils, though there are recent articles questioning the biogenecity.
The other sample is from the younger Mesabi Iron Range of northern Minnesota. Common in rock shops, these latter stromatolites have been named Gruneria biwabikia and have been suggested as the state fossil of Minnesota.  Mary Ellen Jasper (Minnesota) 2.1 billion years old fossil stromatolite STROMATOLITES—OLDEST FOSSILS Stromatolites are the oldest known fossils, dating back more than 3 billion years. They are colonial structures formed by photosynthesizing cyannobacteria and other microbes. Stromatolites are prokaryotes(primitive organisms lacking a cellular nucleus) that thrived in warm aquatic environments and built reefs much the same way as coral does today. Cyannobacteria were likely responsible for the creation of earth's oxygen atmosphere. They were the dominant lifeform on Earth for over 2 billion years. Today they are nearly extinct, living a precarious existence in only a few localities worldwide.  Kona Dolomite (Michigan) 2.2 billion years old stromatolite fossil 
| |  | Er is de laatste tijd steeds meer twijfel ontstaan of eerdere claims van aangetroffen zeer oud leven wel terecht zijn: in sommige gevallen konden de oude ‘levensvormen’ niet meer in de desbetreffende gesteenten worden teruggevonden, in andere gevallen zou het gaan om koolstofbevattende structuren die niet van organismen afkomstig zijn maar die ontstaan zouden zijn door niet-biogene processen zoals hydrothermale activiteit. Twee Amerikaanse onderzoekers hebben nu echter toch weer sterke aanwijzingen gevonden voor zeer oud leven (ruim 3,4 miljard jaar oud). De aanwijzingen werden gevonden in de Buck Reef Chert in Zuid-Afrika. Dit vuursteenrijke pakket vormt het onderste deel van de Kromberg-Formatie en is 250-400 m dik. De Buck Reef Chert bestaat niet alleen uit vuursteen, maar is in grote lijnen opgebouwd uit drie facies: een 5-40 m dik pakket evaporieten (ondiep), een iets diepere (maar nog steeds ondiepe) facies met platformcarbonaten (tot 200 m dik) en een 50-100 m dik pakket van diepere klastische afzettingen. Het totale pakket wijst dus op een geleidelijk dieper wordende zee. De drie facies zijn gedeeltelijk gesilificeerd tot vuursteenachtig materiaal, en ook komen echte vuursteenlaagjes voor.  De Buck Reef Chert in Zuid-Afrika. Beeld: Mike Tice, Department of Geological and Environmental Sciences, Stanford University (USA) In de vuursteenlaagjes van het onderste deel van de platformcarbonaten komen onregelmatige laminae van koolstofrijk materiaal voor, die zich vertakken en weer samenkomen zoals dat het geval is bij een vlechtende rivier. Deformaties van de koolstofrijke laminae wijzen op plastisch gedrag, wat een aanzienlijke mate van cohesie betekent. In de koolstofrijke laminae komen draadvormige kolige structuren voor van 1-1,5 micron dik en tot 100 micron lang. Met behulp van Raman (micro)spectrometrie stelden de onderzoekers vast dat het hierbij niet om recente verontreinigingen gaat, maar om oorspronkelijk kolig materiaal. De verhouding tussen de koolstofisotopen hierin is typerend voor organisch materiaal. Dit biogeen gevormde kolige materiaal wordt door de onderzoekers geïnterpreteerd als de restanten van ‘matten’ van micro-organismen, te vergelijken met recente algenmatten. Gezien het voorkomen van de laminae in de gesteenteopeenvolging moeten de mattenvormende micro-organismen een (relatief) ondiepe zeebodem hebben gekoloniseerd in perioden van rustig water; ze bleven plaatselijk bewaard doordat de zeebodem later niet overal door stromingen, golven of stormen werd geërodeerd.  Links: Draadvormige bundels van koolstofrijk materiaal;Rechts: Donkere kolige laminae over een dendritische korrel. Beeld: Mike Tice, Department of Geological and Environmental Sciences, Stanford University (USA) De andere onderdelen van de Buck Reef Chert bevatten structuren die om vergelijkbare redenen ook aan micro-organismen worden toegeschreven. In alle gevallen gaat het om voorkomens die zijn gevormd op een zeebodem die boven de stormbasis lag; in recente zeeën ligt die grens op ca. 200 m diepte. Dat lijkt erop te wijzen dat het gaat om organismen die licht nodig hadden (zoals algen). In recente zeeën betekent dat een diepte van maximaal 150 m. Dat zou bij de Buck Reef Chert matten ook heel goed het geval kunnen zijn geweest. Daarentegen zijn er duidelijke aanwijzingen (onder meer in de vorm van geoxideerd sideriet) dat het water destijds weinig of geen zuurstof bevatte. De micro-organismen moeten dus anaëroob zijn geweest, in tegenstelling tot algen. De locaties waar de oude levensvormen worden aangetroffen wijst erop dat het gaat om materiaal dat vrij kwam doordat de matten werden afgebroken (bijv. door stromingen of golfslag); het fijne afbraakmateriaal werd vervolgens door golfwerking of voortgeblazen door een storm naar dieper water getransporteerd, waar het samen met chemisch neergeslagen sideriet, met fijn klastisch materiaal en met silica een pakket opbouwde. De Buck Reef Chert opent volgens de onderzoekers hierdoor nieuwe mogelijkheden om een beter inzicht te krijgen in de oceanische chemie en in de biologische processen van ruim 3 miljard jaar geleden. Referentie Tice, M.M. & Lowe, D.R., 2004. Photosynthetic microbial mats in the 3,416-Myr-old ocean. Nature 431, p. 549-552. Samenvatting : Hoe oud is de aarde? Karin Tranceform 9/02/09
Met de tegenwoordige wetenschappelijke meetmethoden is het vrij gemakkelijk om de ouderdom van de aarde, en zelfs van de maan en van Mars te meten.
Op basis van de huidige inzichten wordt de ouderdom van de aarde geschat op ruim vierenhalf miljard jaar. In cijfers 4.500.000.000, een getal met zoveel nullen, dat we deze ouderdom ons bijna niet voor kunnen stellen. Wat dat betreft had men het, nog maar een paar eeuwen geleden, een stuk gemakkelijker.
Vroegere "dateringen"
In West Europa was de Christelijke Bijbel, en dan met name het boek Genesis, een belangrijk uitgangspunt voor wetenschappers. Nog niet eens zo erg lang geleden, in het jaar 1650, werd door de Ierse bisschop James Ussher de leeftijd van de aarde vrij exact berekend op basis van de leeftijden van paar personen die in dit boek voorkomen. Volgens deze methode, waar geen wetenschapper uit dit tijd aan durfde te twijfelen, werd de aarde zo'n zesduizend jaar geleden geschapen. Om precies te zijn in het jaar 4004 voor het begin van onze jaartelling op 23 oktober. Hij stond hierin niet alleen en een aantal van zijn collega's, zoals Josephus Justus Scaliger en John Lightfoot, kwamen tot een vergelijkbare conclusie.
Pas in de achttiende eeuw begon men in wetenschappelijke kring toch enige vraagtekens te zetten bij deze relatieve versheid. De geologie kreeg vorm en de wetenschappers begonnen met het bestuderen van fossielen in de gesteentelagen waarin zij gevonden werden. Al snel ontdekte men dat er een bepaalde volgorde in deze overblijfselen van uitgestorven dieren was. Daatbij gaf het geheel de indruk dat er toch wel iets meer dan zesduizend jaren verstreken waren sinds het eerste begin. Michail Lomonosov, de grondlegger van de wetenschap in Rusland, kwam hierdoor tot de theorie dat de aarde zo'n honderdduizend jaar oud was, en apart geschapen dus los van het nog oudere Heelal. Deze schatting werd in 1779 min of meer bevestigd door de Franse wetenschapper Georges-Louis Leclerc.
Deze ging ervan uit dat de aarde ooit een warme bol moet zijn geweest en berekende de ouderdom middels een experiment dat uitgaat van de afkoelsnelheid. Hij kwam op een ouderdom van 75.000 jaar. In het jaar 1785 presenteerde James Hutton, die wordt beschouwd als de eerste moderne geoloog, zijn artikel “Theory of the Earth”. Hierin lanceerde hij zijn theorie dat de aarde nog veel ouder was dan men destijds dacht. Hij baseerde dit op de tijd die het moet kosten om bijvoorbeeld gesteenten te vormen en te eroderen.
Tegen die tijd gingen er zich steeds meer wetenschappers voor de kwestie interesseren en lieten zij zich daarbij door de aarde zelf, en niet langer door de Bijbel leiden.
Het gevolg was dat de aarde alsmaar ouder werd. De Schotse natuurkundige William Thomson, bekend als Lord Kelvin, kwam in 1862 aan de honderd miljoen jaar, gebaseerd op de afkoelsnelheid van de aarde. Behalve natuurkundige gingen ook geologen en biologen zich ermee bemoeien. Zij konden de nog steeds te korte levensduur niet rijmen met hun eigen theorieën, maar Lord Kelvin was een autoriteit waarvan men aannam dat hij wel gelijk zou hebben. Daarbij waren er andere wetenschappers die tot ongeveer dezelfde conclusie kwamen, zoals de astronoom George Darwin en de Ierse John Joly, die berekende hoe lang het heeft geduurd voordat het zout door erosie in de oceanen terechtkwam.
De ontdekking van radioactiviteit rond 1900 zette de hele afkoelsnelheid-gedachte op zijn kop, met het resultaat dat de aarde weer een stuk ouder werd. Voorheen werd er namelijk alleen van uitgegaan de zon de aarde verwarmt, maar door radioactiviteit verwarmt de aarde zichzelf ook, waardoor ook de afkoeling veel langer duurt. George Darwin en John Joly waren de eerste wetenschappers die dit onderkenden, maar Lord Kelvin bleef tot aan zijn dood vasthouden aan de oude berekeningen. Aan het begin van de twintigste eeuw gaf Ernest Rutherford, een pionier op het gebied van de kernfysica, de aarde veertig miljoen jaar gevolgd door schattingen van Boltwood van tussen de 92 en 570 miljoen jaar. Arthur Holmes deed daar nog een schepje bovenop, hij beweerde in zijn boek “The Age of the Earth”, gepubliceerd in 1913, dat de aarde waarschijnlijk rond de zestienhonderd miljoen jaar oud is. Pas jaren later werd zijn werk serieus genomen, hoewel de gevestigde geologen nog steeds niet overtuigd waren van de geloofwaardigheid van de radiometrische datering.
De Amerikaanse National Academy of Sciences stelde in ieder geval wel een commissie samen om de ouderdom van de aarde nader te onder onderzoeken, met het gevolg dat de leeftijd nog weer verder opgerekt werd. In de afgelopen vijftig jaar weet men steeds beter de oudste gesteentelagen te vinden en zijn ook de dateringstechnieken steeds verder verfijnd.
De oudst gevonden steensoort ooit, zirkoon uit het westen van Australië, heeft een geschatte ouderdom van 4,4 miljard jaar. Deze stenen zijn vergeleken met een aantal andere bodemvondsten, zoals Archaïsche looderts, meteorieten en stenen van de maan en van Mars.
Telkens komt men uit op een ouderdom tussen 4,53 en 4,58 miljard jaar, waarin niet alleen de aarde maar ons gehele zonnestelsel, zich heeft gevormd uit gasvormige nevel. ZIRKONEN
Diamant even oud als de aarde Wetenschappers hebben minuscule stukjes diamant gevonden die bijna zo oud zijn als de aarde. Dit zou betekenen dat de aarde veel eerder dan werd aangenomen haar huidige vorm heeft aangenomen, aldus de vinders donderdag in het wetenschappelijke tijdschrift Nature.
4 miljard jaar oud De diamantgruizels, die werden gevonden in het Australische Jack Hills-district(,in het afgelegen noordwesten van Australië) zijn namelijk meer dan 4 miljard oud, wat betekent dat hun 'geboorte' dateert van zo'n 300 miljoen jaar nadat de aarde ontstond. Diamanten ontstaan alleen onder hoge druk van de aardplaten. Tot nu toe werd gedacht dat de platen in de vroege periode - vier tot vierenhalf miljard jaar geleden - te dun zouden zijn om deze druk te leveren.
Begin van de aarde De ontdekking van de diamant (die in zircon-kristallen zat) kan een bijzonder belangrijke bijdrage leveren aan wat we weten over de beginjaren van onze planeet. Zo kan hierdoor bijvoorbeeld een antwoord worden gegeven op de oude twistvraag of de aarde toen een gloeiend heet, zwartgeblakerd landschap van gestolde lava was, dan wel een planeet die al zodanig was afgekoeld dat er zich oceanen konden vormen. (belga/hln) http://www.sciencedaily.com/images/2008/03/080303120343.jpgImage of Light stimulated by an electron beam from the surface of a zircon microcrystal as wide as a human hair. The crystal was discovered in Northern Ontario. The growth rings reflect changes in the crystal's environment over its 200 million year growth history that began with formation of the core of the crystal 2.7 billion years ago. The zones represent different stages in the volcanic, mountain building and continental spreading history of early North America and are a new record of planetary history that can be read on Earth and other Rocky planets. (Credit: Image courtesy of University of Western Ontario) http://www.sciencedaily.com/releases/2008/03/080303120343.htm ------------------------------------------------------------------------------------ Het "Modernere " antwoord van de theistische evolutionisten op de creationisten : (Christelijke Theistische evolutie site ) De ontwikkeling en de perfectionereing van moderne instrumenten en radiometrische dateringstechnieken ___ gebaseerd op de radioactieve vervalseries van isotopen van uranium, potassium, rubidium, samarium, rhenium, en lutetium tot hun dochterprodukten lood, argon, strontium, neodymium, osmium, en hafnium ___ begon in midden de 50-tiger jaren en is nog steeds in verdere perfectionerende ontwikkeling . Het leverde uiteindelijk finaal uitsluitsel over de ouderdom van de aarde . We kunnen en mogen er volledig op vertrouwen dat de minimale ouderdom van de aarde boven de 4 miljard ligt --- De "bewijsstukken" zijn overvloedig en bindend ... Rotsformaties ouder dan 3,5 miljard jaar worden op ALLE continenten gevonden , maar 4 goed bestudeerde voorbeelden ervan ____ the Superior region of North America, de Isua-Godthaab formaties van west Groenland, de Pilbara block in NW Australia, en Swaziland in SA Africa ___ waar rots-gesteenten van 3.5 miljard jar of meer zijn gevonden , werden zorgvuldig in kaart gebracht , grondig bestudeerd , en gedateerd door vele verschillende methodes Radiometric Ages of Some Early Archean/Related Rocks [ From G. Brent Dalrymple (page 140-1, 159, 169, 180-1), some omitted for brevity ] | Unit and Locality | Method | Number of Samples | Age (billions of years) | | | | of the North Atlantic Craton | | | West Greenland Qorqut granite Godthaab | Rb-Sr Rb-Sr Pb-Pb U-Pb | 23 whole rock 3 minerals same rock 23 whole rock 7 zircon | 2.53 +/- 0.03 2.52 +/- 0.03 2.58 +/- 0.08 2.53 +/- 0.03 | | | | Nuk gneisses Bjorneoen | Pb-Pb Rb-Sr Rb-Sr Rb-Sr | 11 whole rock 11 whole rock 14 whole rock 6 whole rock | 3.02 +/- 0.26 2.98 +/- 0.05 2.94 +/- 0.09 3.08 +/- 0.03 | | | | Fiskenaesset | Pb-Pb U-Pb Rb-Sr | 9 whole rock 5 zircon 11 whole rock | 2.82 +/- 0.07 2.80 +/- 0.10 2.84 +/- 0.07 | | | | Amitsoq gneisses Godthaab | U-Pb U-Pb Pb-Pb | 9 zircon 8 zircon 13 whole rock | 3.60 +/- 0.05 3.60 3.56 +/- 0.10 | | | | Isua | Pb-Pb Rb-Sr Rb-Sr | 9 whole rock 13 whole rock 12 whole rock | 3.74 +/- 0.12 3.64 +/- 0.06 3.62 +/- 0.14 | | | | Labrador Kiyuktok, Saglek | Pb-Pb Rb-Sr Rb-Sr | 5 whole rock 15 whole rock 6 whole rock | 3.50 +/- 0.11 2.75 +/- 0.12 3.06 +/- 0.16 | | | | of the Superior Province of North America | | | Sacred Heart Granite Morton, Minnesota | Pb-Pb Rb-Sr Rb-Sr | 6 minerals same rock 5 minerals same rock 4 minerals same rock | 2.60 +/- 0.01 2.64 2.32 +/- 0.10 | | | | Older granitoid gneisses Morton, Minnesota | U-Pb U-Pb U-Pb Rb-Sr | 8 zircon 19 zircon 7 zircon 26 whole rock | 3.59 +/- 0.12 3.54 +/- 0.04 3.66 +/- 0.04 3.48 +/- 0.11 | | | | of the Pilbara Block of Western Australia | | | Pilbara Supergroup Duffer Formation | U-Pb Rb-Sr Rb-Sr | 11 zircon Marble Bar 6 wr Marble Bar 6 wr Warrery Gap | 3.45 +/- 0.02 3.23 +/- 0.28 3.51 +/- 0.06 | | | | North Star Basalt | Rb-Sr Sm-Nd Sm-Nd | 3 wr Marble Bar 4 wr Marble Bar 6 wr Marble Bar | 3.57 +/- 0.18 3.56 +/- 0.54 3.56 +/- 0.03 | | | | Granitoids Tambourah Dome | Pb-Pb Pb-Pb Rb-Sr Rb-Sr | 6 whole rock 5 whole rock 4 minerals same rock 4 minerals same rock | 2.94 +/- 0.03 3.07 +/- 0.01 2.70 +/- 0.01 2.61 +/- 0.01 | | | | Shaw Batholith | U-Pb U-Pb Rb-Sr Rb-Sr | 2 zircon 52 zircon 10 whole rock 13 whole rock | 3.42 +/- 0.04 3.47 +/- 0.02 2.89 +/- 0.08 3.09 +/- 0.05 | | | | of the Barberton Mountain Land of Southern Africa | | | Swaziland Supergroup Komati Formation | Rb-Sr Ar-Ar Ar-Ar Ar-Ar Ar-Ar Ar-Ar Pb-Pb | 6 minerals same rock 1 whole rock 1 whole rock 1 whole rock 1 whole rock 1 whole rock 12 whole rock | 3.43 +/- 0.20 3.49 +/- 0.01 3.41 +/- 0.03 3.42 +/- 0.01 3.30 +/- 0.02 3.45 +/- 0.01 3.46 +/- 0.07 | | | | Komati and Theespruit formations | Sm-Nd | 10 whole rock | 3.53 +/- | Maanrotsen ; De bemande maanvluchten hebben een grote wetenschappelijke waarde gehad want ze gaven de wetenschappers de mogeljkheid om de ter plaatse verzamelde meegebrachte rots-stalen te bestuderen .. Zowel goede theoretische .als /en experimenteele bewijsstukken tonen aan dat de maan en de aarde , samen met het ganse zonnestelsel bijna terzelfdertijd werden gevormd ... De ouderdom van de maan heeft dan ook voor de aarde grote betekenis .Veel meegebrachte maangesteenten zijn zelfs ouder bevonden dan de oudst bekende op aarde Nine missions, six from the United States and three from Russia, returned a total of nearly 382 kg of samples. This priceless material consists of crystalline rocks, breccias and soil, the latter in the form of both scooped samples and cores, from a variety of geological environments (Dalrymple, page 212). The following is a table of some radiometric ages calculated with different methods from the lunar rocks and material of the Apollo missions. Learn about the types of minerals here -- Zircon (ZrSiO4, Zirconium Silicate), Ilmenite (FeTiO3, Iron Titanium Oxide), Pyroxene, Plagioclase (a form of Feldspar, NaAlSi3O8 abundant on the Moon), and many others. Radiometric Ages of Lunar Rocks [ From G. Brent Dalrymple (page 230-1, 239), some omitted for brevity ] | Mission/Sample | Method | Material Dated | Age (billions of years) | | | | Some Mare Basalts Dated by Two or More Methods | | | Apollo 11 (10072 high-K) | Ar-Ar Ar-Ar Ar-Ar Ar-Ar Ar-Ar Ar-Ar Rb-Sr Sm-Nd | whole rock whole rock plagioclase plagioclase ilmenite pyroxene 7 isochron 6 isochron | 3.49 +/- 0.05 3.52 +/- 0.04 3.57 +/- 0.05 3.56 +/- 0.06 3.58 +/- 0.05 3.55 +/- 0.05 3.57 +/- 0.05 3.57 +/- 0.03 | | | | Apollo 12 (12051 quartz) | Ar-Ar Ar-Ar Ar-Ar Ar-Ar Rb-Sr Rb-Sr | whole rock whole rock whole rock whole rock 7 isochron 4 isochron | 3.13 +/- 0.05 3.12 +/- 0.07 3.23 +/- 0.05 3.25 +/- 0.06 3.19 +/- 0.10 3.09 +/- 0.04 | | | | Apollo 15 (15555 olivine) | Ar-Ar Ar-Ar Ar-Ar Ar-Ar Ar-Ar Ar-Ar Ar-Ar Rb-Sr Rb-Sr Rb-Sr | whole rock whole rock whole rock whole rock whole rock plagioclase pyroxene 6 isochron 6 isochron 7 isochron | 3.29 +/- 0.05 3.25 +/- 0.06 3.28 +/- 0.06 3.24 +/- 0.06 3.19 +/- 0.02 3.27 +/- 0.02 3.24 +/- 0.09 3.23 +/- 0.08 3.27 +/- 0.09 3.25 +/- 0.04 | | | | Apollo 17 (75075 high-Ti) | Ar-Ar Ar-Ar Ar-Ar Ar-Ar Ar-Ar Rb-Sr Sm-Nd | whole rock whole rock whole rock plagioclase plagioclase 8 isochron 4 isochron | 3.71 +/- 0.04 3.66 +/- 0.05 3.61 +/- 0.04 3.69 +/- 0.02 3.67 +/- 0.02 3.76 +/- 0.12 3.70 +/- 0.07 | | | | The Oldest Lunar Rocks | | | Apollo 17 (76535 troctolite) | Sm-Nd Rb-Sr K-Ar Ar-Ar Ar-Ar Ar-Ar Ar-Ar | 5 isochron 10 isochron whole rock whole rock whole rock whole rock plagioclase | 4.26 +/- 0.06 4.51 +/- 0.07 4.27 +/- 0.08 4.16 +/- 0.04 4.19 +/- 0.02 4.20 +/- 0.03 4.19 +/- 0.02 | | | | Apollo 17 (77215 norite breccia clast) | Sm-Nd Rb-Sr Ar-Ar Ar-Ar Ar-Ar Ar-Ar | 5 isochron 8 isochron plagioclase whole rock whole rock whole rock | 4.37 +/- 0.07 4.33 +/- 0.04 3.92 +/- 0.03 3.99 +/- 0.03 3.97 +/- 0.03 3.90 +/- 0.03 | | | | Apollo 17 (78236 norite) | Sm-Nd Sm-Nd Rb-Sr Ar-Ar | 9 isochron 3 isochron 3 isochron plagioclase | 4.34 +/- 0.05 4.43 +/- 0.05 4.29 +/- 0.02 4.36 | (Vele )Meteorieten Zijn de oudste en primitiefste gesteenten die ter beschikking staan van geologen die zich beperken tot "aardse " stalen en voorbeelden Het grootste gedeelte van de ongeveer 70 bekende en radiometrisch betrouwbaar gedateerde meteorieten hebben individuele well-dated meteorites have individual Rb-Sr, Sm-Nd, Pb-Pb en 40Ar / 39Ar ouderdom bepalingen van 4.4 to 4.6 bmiljard jaar " Internal and whole-rock isochron ages " worden gedetermineerd door het gebruik van Rb-Sr, Lu-Hf, Sm-Nd, Pb-Pb, en Re-Os methodes van datering , alsook bevestigd door andere isotopen dateringen ... Dat alles toont aan dat " vorming " van het meteorieten -materiaal van de gevonden types (met een foutenmarge van een paar tientallen miljoenen jaren ) tussen 4.5 and 4.6 miljard jaar geleden .ligt .. . Alle hypotheses over de ontwikkeling van ons zonnestelsel , de aarde en de asteroiden inbegrepen , wijzen erop dat deze ontwikkeling allemaal in een kort (geologisch ) tijdsinterval zijn verlopen De ouderdom van meteorieten is relevant voor de ouderdom van de aarde en suggereert dat de aarde en andere onderdelen van het zonnestelsel , minstens van die tijd stammen (Dalrymple, p 398-401). "We now know, to within 1% or better and from a variety of evidence, that the age of the Earth-Moon-meteorite system is about 4.51 - 4.55 Ga [billions of years old]." (G. Brent Dalrymple, from "The Age of the Earth in the Twentieth Century: A Problem (Mostly) Solved" in The Age of the Earth From 4004 BC to AD 2002 edited by C.L.E. Lewis and S.J. Knell [Geological Society, 2001], page 219) Whole-Rock Isochron Ages of Different Meteorite Groups [ From G. Brent Dalrymple (page 291), some omitted for brevity ] | Meteorite class or group | Number Dated | Method | Age (billions of years) | | Chondrites (CM, CV, H, L, LL, E) | 13 | Sm-Nd | 4.21 +/- 0.76 | | Carbonaceous chondrites | 4 | Rb-Sr | 4.37 +/- 0.34 | | Chondrites (undisturbed H, LL, E) | 38 | Rb-Sr | 4.50 +/- 0.02 | | Chondrites (H, L, LL, E) | 50 | Rb-Sr | 4.43 +/- 0.04 | | H Chondrites (undisturbed) | 17 | Rb-Sr | 4.52 +/- 0.04 | | H Chondrites | 15 | Rb-Sr | 4.59 +/- 0.06 | | L Chondrites (relatively undisturbed) | 6 | Rb-Sr | 4.44 +/- 0.12 | | L Chondrites | 5 | Rb-Sr | 4.38 +/- 0.12 | | LL Chondrites (undisturbed) | 13 | Rb-Sr | 4.49 +/- 0.02 | | LL Chondrites | 10 | Rb-Sr | 4.46 +/- 0.06 | | E Chondrites (undisturbed) | 8 | Rb-Sr | 4.51 +/- 0.04 | | E Chondrites | 8 | Rb-Sr | 4.44 +/- 0.13 | | Eucrites (polymict) | 23 | Rb-Sr | 4.53 +/- 0.19 | | Eucrites | 11 | Rb-Sr | 4.44 +/- 0.30 | | Eucrites | 13 | Lu-Hf | 4.57 +/- 0.19 | | Diogenites | 5 | Rb-Sr | 4.45 +/- 0.18 | | Iron (plus iron from St. Severin) | 8 | Re-Os | 4.57 +/- 0.21 | As shown in the table, there is excellent agreement on about 4.5 billion years, between several meteorites and by several different dating methods. The accusation cannot be made that this represents selective use of data -- the table includes a significant fraction of all meteorites on which isotope dating has been attempted. According to Dalrymple (page 286), less than 100 meteorites have been subjected to isotope dating, and of those about 70 yield ages with low analytical error. Further, the oldest age determinations of individual meteorites generally give concordant ages by multiple radiometric means, or multiple tests across different samples (from Chris Stassen). Meteorites Whose Radiometric Ages Exceed 4.4 Billion Years [ From G. Brent Dalrymple (page 287-9), some omitted for brevity ] | Meteorite Name | Material Dated | Method | Age (billions of years) | | Allende | whole rock | Ar-Ar | 4.52 +/- 0.02 |
| whole rock | Ar-Ar | 4.53 +/- 0.02 |
| whole rock | Ar-Ar | 4.48 +/- 0.02 |
| whole rock | Ar-Ar | 4.55 +/- 0.03 |
| whole rock | Ar-Ar | 4.55 +/- 0.03 |
| whole rock | Ar-Ar | 4.57 +/- 0.03 |
| whole rock | Ar-Ar | 4.50 +/- 0.02 |
| whole rock | Ar-Ar | 4.56 +/- 0.05 | | Guarena | whole rock | Ar-Ar | 4.44 +/- 0.06 |
| 13 isochron | Rb-Sr | 4.46 +/- 0.08 | | Shaw | whole rock | Ar-Ar | 4.43 +/- 0.06 |
| whole rock | Ar-Ar | 4.40 +/- 0.06 |
| whole rock | Ar-Ar | 4.29 +/- 0.06 | | Olivenza | 18 isochron | Rb-Sr | 4.53 +/- 0.16 |
| whole rock | Ar-Ar | 4.49 +/- 0.06 | | St. Severin | 4 isochron | Sm-Nd | 4.55 +/- 0.33 |
| 10 isochron | Rb-Sr | 4.51 +/- 0.15 |
| whole rock | Ar-Ar | 4.43 +/- 0.04 |
| whole rock | Ar-Ar | 4.38 +/- 0.04 |
| whole rock | Ar-Ar | 4.42 +/- 0.04 | | Indarch | 9 isochron | Rb-Sr | 4.46 +/- 0.08 |
| 12 isochron | Rb-Sr | 4.39 +/- 0.04 | | Juvinas | 5 isochron | Sm-Nd | 4.56 +/- 0.08 |
| 5 isochron | Rb-Sr | 4.50 +/- 0.07 | | Moama | 3 isochron | Sm-Nd | 4.46 +/- 0.03 |
| 4 isochron | Sm-Nd | 4.52 +/- 0.05 | | Y-75011 | 9 isochron | Rb-Sr | 4.50 +/- 0.05 |
| 7 isochron | Sm-Nd | 4.52 +/- 0.16 |
| 5 isochron | Rb-Sr | 4.46 +/- 0.06 |
| 4 isochron | Sm-Nd | 4.52 +/- 0.33 | | Angra dos Reis | 7 isochron | Sm-Nd | 4.55 +/- 0.04 |
| 3 isochron | Sm-Nd | 4.56 +/- 0.04 | | Mundrabrilla | silicates | Ar-Ar | 4.57 +/- 0.06 |
| olivine | Ar-Ar | 4.54 +/- 0.04 |
| plagioclase | Ar-Ar | 4.50 +/- 0.04 | | Weekeroo Station | 4 isochron | Rb-Sr | 4.39 +/- 0.07 |
| silicates | Ar-Ar | 4.54 +/- 0.03 | zie ook : About This Publication This online edition contains all text from the original book in its entirety, with the exception of the section Age of the Earth, which was revised October 9, 1997, to reflect current thinking on this topic. Some figures have been modified to enhance legibility at screen resolutions. All photographs are by William L. Newman, USGS. Last updated July 28, 1997
YEC creationisme ontkracht Wat geloven Yecs ? | Radiometrische dateringen | | Groeiringen Attachment: How Old is Earth, and How Do We Know.htmComment deleted at the request of the author.
Comment deleted at the request of the author.
Comment deleted at the request of the author.
Comment deleted at the request of the author.
Comment deleted at the request of the author.
Comment deleted at the request of the author.
Comment deleted at the request of the author.
Comment deleted at the request of the author.
Comment deleted at the request of the author.
Comment deleted at the request of the author.
Comment deleted at the request of the author.
Comment deleted at the request of the author.
Comment deleted at the request of the author.
| |